Volgens de WHO mag het aandeel keizersneden ten opzichte van het aantal geboortes per land niet meer bedragen dan 10 tot 15%. In België bedroeg het aandeel in 2020 al 22%, blijkt uit cijfers van cd&v-Kamerlid Nathalie Muylle.

Toename aandeel keizersnedes in België

Op de korstondige corona-babyboom na daalt het aantal geboortes in ons land al tien jaar. In absolute cijfers daalde daarom ook het aantal keizersneden, maar toch neemt het relatieve aantal jaar na jaar toe (van 20,55% in 2011 tot 22,20% in 2020).

Duidelijke risico’s

Volgens een studie van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) uit 2016 zijn er duidelijke risico’s verbonden aan een keizersnede, gaande van problemen met de ademhaling bij baby’s tot problemen voor de moeder bij volgende zwangerschappen (baarmoederscheur, problemen met de placenta, infecties…).[1]Bovendien duurt het herstel na een keizersnede veel langer dan bij een natuurlijke bevalling.

Nathalie Muylle: “Hoewel een keizersnede één van de meest voorkomende operaties ter wereld is, is het belangrijk dat ze niet voor vanzelfsprekend genomen wordt. De ingreep kan levens redden en is daarom ook noodzakelijk in specifieke gevallen, maar ze is niet volledig risicoloos.”

Ondanks deze risico’s worden er de voorbije dertig jaar steeds vaker routinematig keizersneden uitgevoerd, soms zelfs zonder medische noodzaak, op vraag van de toekomstige ouders om persoonlijke redenen of op vraag van de verloskundige, bijvoorbeeld omdat deze beter op voorhand gepland kan worden. Het KCE formuleerde reeds in 2016 aanbevelingen voor zorgverleners met het oog op het verminderen van het aantal niet-noodzakelijke keizersneden. Zo moeten zorgverleners ervoor zorgen dat toekomstige ouders duidelijke informatie ontvangen over de gevolgen van keizersneden voor moeder en kind en de gevolgen voor volgende zwangerschappen. Dit moet in het begin van het derde trimester gebeuren. Ook gynaecologen moeten meer worden gesensibiliseerd over de gevolgen van een keizersnede zonder medische noodzaak.

WHO

Omwille van de risico’s stelt de WHO dat het percentage keizersneden niet meer mag bedragen dan 10 tot 15% per land. Hun studies tonen aan dat wanneer het percentage keizersneden in een bevolking beperkt wordt tot 10%, het aantal moeder- en pasgeboren sterftegevallen daalt.[2] Boven de 10% wordt dit effect teniet gedaan.

Nathalie Muylle benadrukt nogmaals: “Een keizersnede blijft een chirurgische ingreep die enkel mag worden uitgevoerd wanneer er een medische noodzaak isSensibilisering over de voor- en nadelen voor jonge moeders is cruciaal. Er is werk aan de winkel.”

Cijfers

Aantal geboortes in België (bron: Statbel)

2011: 127.655 geboortes
2020: 114.000 geboortes
2021: 117.914 geboortes

Aantal keizersneden in België (bron: Minimum Ziekenhuis Gegevens)

2011: 26.245 keizersneden (20,55%)
2016: 26.326 keizersneden (21,57%)
2020: 25.374 keizersneden (22,20%)

[1] https://kce.fgov.be/nl/publicaties/alle-rapporten/geplande-keizersnede-wat-zijn-de-gevolgen-voor-de-gezondheid-van-moeder-en-kind

[2] https://www.who.int/publications/i/item/WHO-RHR-15.02