De Hoge Raad voor de Werkgelegenheid stelde vandaag haar jaarlijkse thematische verslag voor, met focus op de relatief lage activiteitsgraad in ons land. Minister van werk Nathalie Muylle haalt het verslag aan om drie voorstellen te doen voor de volgende regering om inactieven aan het werk te krijgen.

Nathalie Muylle: “Om onze sociale zekerheid betaalbaar te houden en om het inkomen van de meest kwetsbaren in onze samenleving te versterken, moeten we méér mensen aan het werk krijgen. En ook onze economie heeft nood aan meer werkenden. Heel wat bedrijven kampen nu al met moeilijkheden om geschikt personeel te vinden. We doen drie voorstellen om meer mensen aan het werk te krijgen en richten ons daarbij vooral op de grote groep van inactieven. Zo willen we het voor wie langdurig ziek is, een leefloon krijgt of een handicap heeft, aantrekkelijker maken in te stappen op de arbeidsmarkt. Daarnaast willen we de werkloosheidsuitkeringen hervormen om ze sociaal rechtvaardiger en meer activerend te maken.”

Het jaarverslag van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid ‘Meer actieven voor een welvarende en inclusieve economie’, buigt zich over de problematiek van het grote aantal inactieven in ons land.

De activiteitsgraad van de bevolking tussen 15 en 64 jaar bedraagt 68,6 % en is gevoelig gestegen sinds de eeuwwisseling. België bevindt zich met dit percentage echter nog steeds onder het gemiddelde van de EU15 en ten opzichte van het gemiddelde van onze drie voornaamste buurlanden is onze activiteitsgraad lager voor bijna alle leeftijdsgroepen.

Om meer mensen aan het werk te krijgen, moeten we blijven inzetten op het activeren van de ruim 300.000 werklozen in ons land, maar we moeten ook verder kijken dan dat. Tegenover de groep van werklozen, staat een nog veel grotere groep die niet of weinig actief is op de arbeidsmarkt. Het gaat onder meer om mensen die niet werken omdat ze langdurig ziek zijn, een handicap hebben, huisvrouw of –man zijn, voltijds studeren, een leefloon ontvangen of die in het systeem van SWT zitten. Het is een zeer grote groep van niet-ingezet talent.

Minister Muylle doet drie voorstellen voor de volgende regering om binnen die grote groep van inactieven, mensen aan te moedigen om deel te nemen aan de arbeidsmarkt:

(1)                Combi: werken moet lonen

Wie een leefloon of een inkomensvervangende tegemoetkoming voor mensen met een handicap krijgt, kan op dit moment maar weinig werken. Door te gaan werken, vermindert de uitkering sterk en kan het zelfs zijn dat men netto minder overhoudt.

We willen daarom het systeem aanpassen, zodat méér werken, altijd leidt tot méér nettoloon. We baseren ons daarvoor op het systeem voor progressieve werkhervatting bij arbeidsongeschiktheid, waarbij je één dag per week mag werken zonder dat je uitkering vermindert.

Concreet: iemand die een tegemoetkoming krijgt omwille van een handicap en halftijds werkt, zal 70 procent van zijn uitkering kunnen behouden.

Iedereen die vanuit armoede een eerste stap zet richting de arbeidsmarkt, of die door een handicap enkel nog beperkt kan werken, ziet op die manier bijkomende werkinspanning vertaald in extra netto inkomen. Het systeem zal mensen die nu inactief zijn, aanmoedigen om sterker deel te nemen aan de arbeidsmarkt.

Om misbruik tegen te gaan voorzien we een plafond voor het loon dat gecombineerd mag worden met een uitkering. Iemand die door één dag per week te gaan werken 1000 euro per maand zou verdienen, mag uiteraard niet het volledige leefloon daar bovenop krijgen. Voor leefloners heeft het systeem bovendien een tijdelijk karakter. 

(2)                Back2work

Ons land telt meer dan 400.000 langdurig zieken. In een aanzienlijk aantal gevallen gaat het om burn-out en andere stress-gerelateerde problemen. Veel van deze mensen willen niets liever dan terug gaan werken, zolang ze werk kunnen doen dat rekening houdt met hun ziekte en hun verminderde capaciteit.

We moeten die mensen, op maat van hun gezondheidstoestand, stapsgewijs laten terugkeren naar de arbeidsmarkt.

De voorbije jaren werden al verschillende initiatieven genomen om werk op maat mogelijk te maken – denk maar aan de re-integratietrajecten -, maar het is duidelijk dat bijkomende initiatieven nodig zijn. Ons voorstel ‘Back2Work’ kan de bestaande maatregelen ondersteunen en aanvullen.

Back2Work voegt nieuwe elementen toe aan de bestaande regelgeving:

  • Een aangepast arbeidsrechtelijk statuut waarbinnen arbeidsongeschikten op een rechtszekere manier een beperkte en aangepaste tewerkstelling kunnen zoeken, als eerste stap naar een progressieve werkhervatting.

We willen dat ook wie om gezondheidsredenen slechts beperkte werkperiodes aankan, daar de kans toe krijgt. Daarvoor kan afgeweken worden van de minimale grenzen van de arbeidsduur van 3 uur per prestatie en 1/3e van de voltijdse arbeidsduur per week.

  • Een financiële incentive voor werkgevers op het vlak van sociale zekerheid of fiscaliteit waardoor zij aangemoedigd worden werknemers met een Back2Work-statuut een kans te geven. Uit de praktijk blijkt immers dat werkgevers vaak nog te terughoudend zijn.
  • Een eenvoudig kader, zonder zware administratieve belasting, dat de bestaande maatregelen ondersteunt en aanvult.

(3)                Hervorming van de werkloosheidsuitkeringen

Dit voorstel ligt al sinds eind 2018 bij het Beheerscomité van de RVA. Minister Muylle vraagt aan de sociale partners om zo vlug mogelijk hun advies te geven.

We willen de werkloosheidsuitkeringen meer sociaal rechtvaardig en meer activerend maken. Dat doen we met een combinatie volgende vier maatregelen:

  1. Hogere uitkeringen voor de laagste lonen. Nu verliest iemand met een brutoloon van 2.500 euro, slechts 95 euro wanneer hij werkloos wordt. Iemand met een lager brutoloon van bijvoorbeeld 1.600 euro, verliest daarentegen maar liefst 440 euro. We willen die scheve situatie rechttrekken en een meer rechtvaardige berekening gebruiken voor het bepalen van de werkloosheidsuitkering. Concreet willen we een forfaitaire sokkel invoeren, die wordt verhoogd met 33 procent van het vroegere brutoloon.
  2. Meer rekening houden met bijdragen in het verleden. Wie na een lange loopbaan werkloos wordt, moet voor een langere periode de aanvangsuitkering krijgen, dan wie nog niet lang werkt.
  3. Hogere aanvangsuitkering en snellere degressiviteit. Wie werkloos wordt krijgt zo de nodige financiële ruimte op korte termijn en wordt bovendien gemotiveerd om snel nieuw werk te zoeken.
  4. Rekening houden met opleidingen. We zetten de daling van de uitkering tijdelijk stop wanneer de werkloze een beroepsgerichte opleiding of stage volgt. De bedoeling is om werklozen aan te moedigen om te gaan voor opleidingen die hun kansen op de arbeidsmarkt verhogen.

Communiqué de presse FR

 

    Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.