Meer en meer arts-specialisten stappen af van het systeem van conventionering. Het slachtoffer van deze deconventioneringsgolf is de patiënt. Die is vaak niet op de hoogte én moet daardoor tientallen euro’s meer betalen. Federaal Parlementslid Nathalie Muylle dringt dan ook aan bij de minister van Volksgezondheid tot actie zodat de gezondheidszorg voor elke patiënt toegankelijk én betaalbaar blijft.

Eén op drie artsen zijn vandaag niet geconventioneerd en rekenen supplementen aan. Op die manier betalen patiënten zo’n 600 miljoen euro aan ereloonsupplementen en dat bedrag stijgt alleen maar. Steeds meer arts-specialisten stappen namelijk uit het systeem van conventionering. Patiënten kunnen uiteraard zelf beslissen naar welke arts of ziekenhuis ze gaan, maar een grondige prijsvergelijking is een bijna onmogelijke oefening. Het risico dat meer kwetsbare patiënten uit de boot vallen of er bewust voor kiezen om zorg uit te stellen, wordt zo groter.

Patiënten die zich zorgen maken om hun gezondheid willen snel én kwaliteitsvol geholpen worden. Zij moeten de mogelijkheid blijven hebben om al dan niet voor een geconventioneerde arts te kunnen kiezen. Een gezondheidszorg met twee snelheden, waarbij patiënten die voor een geconventioneerde arts kiezen veel langer moeten wachten, is voor cd&v dan ook volstrekt onaanvaardbaar.

Wij willen dat artsen correct vergoed worden, maar conventioneren moet het doel blijven en hierop maximaal inzetten is dan ook the way to go. De tarieven moeten realistisch zijn en de kosten dekken om artsen te overtuigen. Zorgverleners verdienen een correcte en verantwoorde verloning. Op lange termijn is er nood aan een hervorming van de nomenclatuur, maar op korte termijn worden patiënten nu geconfronteerd met hoge rekeningen doordat specialisten zich steeds minder aan de tarieven houden en steeds meer supplementen aanrekenen.

Het antwoord van de minister was tot slot niet overtuigend. Er zijn een aantal grote hervormingen en goede initiatieven op komst, maar op een concreet effect op korte termijn blijft het wachten. Bovendien missen enkele maatregelen hun doel. Zo werd er een plafond ingebouwd voor het maximumsupplement dat mag aangerekend worden, maar als meer en meer zorgverleners zich deconventioneren betaalt de patiënt toch de rekening. Het is aan de overheid om ervoor te zorgen dat er op een goede manier geconventioneerd wordt. De patiënt mag daarbij niet als pasmunt worden ingezet – zoals bij bv. de kinesisten.