Het leefloon is in januari 2020 met 1,25% gekoppeld aan het welzijn (= de stijging buiten de index om) en zal in maart de evolutie van de gezondheidsindex (+2%) volgen.

Vanaf januari stijgen de leeflonen en de inkomensvervangende tegemoetkoming door de toekenning van de welvaartsenveloppe. Het gaat om een verhoging van 91 tot 188 euro op jaarbasis, afhankelijk van gezinssituatie.

Voor samenwonenden en alleenstaanden gaat het om een verhoging met 1,225%. Samen met de eerdere verhoging van juli 2019 gaat het om een stijging van 3,25 procent. Voor gezinshoofden is er een verhoging met 1,25%. Zij kregen op 1/7/2018 al een verhoging van 3,4%.

 

Basisbedrag

 

Leefloon op jaarbasis op

1 januari 2020

Leefloon op maandbasis op 1 januari 2020

Samenwonende persoon

 

€ 5.371,27

 

€ 7.520,85

 

€ 626,74

Alleenstaande persoon

€ 8.056,92

€ 11.281,30

€ 940,11

Persoon die samenwoont met een gezin te zijnen laste

 

€ 10.888,50

 

€ 15.246,08

 

€ 1.270,51

 Inkomensvervangende tegemoetkoming:

 

Maandbedrag januari 2020

Jaarbedrag

Samenwonend

626,94 (+7,59)

7 523,29

Alleenstaande

940,41 (+11,38)

11 284,94

Gezinshoofd

1270,91 (+15,69)

15 250,89

 

Dit is een gelegenheid om de balans op te maken van enkele absolute en relatieve evoluties van dit belangrijke onderdeel van ons sociaal beschermingsstelsel.

  1. Het leefloon voor een alleenstaande zal tussen begin 1995 en maart 2020 met 92% zijn gestegen. Deze stijging kan worden opgesplitst in 27% welvaartaanpassingen en 52% prijskoppeling (= indexering). De stijging is iets hoger - 95%, verdeeld over 29% welvaartaanpassingen en 52% indexering - voor het leefloon voor een persoon die samenwoont met een gezin te zijnen laste.
  2. De reële stijging van 27% voor het leefloon van een alleenstaande is het cumulatieve resultaat van 13 herwaarderingen buiten de index om. Tegen constante prijzen is het leefloon van een alleenstaande persoon gestegen van 731 €/maand in januari 1995 tot 940 €/maand in januari 2020.
  3. De echte koopkracht van het leefloon is meer toegenomen dan de gemiddelde koopkracht van de totale bevolking : +17% tussen 1995 en 2020 tegenover +8% voor de gemiddelde bevolking.
  4. De verhouding tussen het leefloon en de officiële armoedegrens is de afgelopen tien jaar relatief stabiel geweest, op ongeveer 74% voor een alleenstaande (72% in 1996) en ongeveer 66% (64% in 1996) voor een huishouden met twee samenwonenden. De "vooruitgang" op lange termijn is op zijn zachtst gezegd bescheiden.
  5. Sinds 2007 is de verhouding leefloon / algemeen mediaan inkomen verbeterd : van 34% naar 39% voor een alleenstaande (35% in 1996) en van 30% naar 35% voor een huishouden met twee samenwonenden (31% in 1996). De verbetering is iets duidelijker, maar blijft bescheiden, vooral omdat de stijging de laatste drie jaar lijkt te zijn gestopt.

Minister van armoedebestrijding en personen met een handicap Nathalie Muylle: “Al met al hebben de aanpassingen van het leefloon geleid tot een verbetering van de koopkracht en een verkleining van de kloof met het totale mediane inkomen. We zijn echter  nog ver verwijderd van het garanderen van een bedrag dat ten minste gelijk is aan de armoedegrens. Een grote uitdaging dus voor de volgende regering.”

Communiqué de presse FR

    Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.