Minister van gelijke kansen Nathalie Muylle, vice-eersteminister en minister van justitie Koen Geens en minister van binnenlandse zaken Pieter De Crem slaan de handen in elkaar om de registratie van haatmisdrijven te verbeteren. Vandaag en morgen vindt een eerste workshop plaats van experten van politie, justitie, parket en van gelijkekansencentra die zich buigen over de problematiek.

Nathalie Muylle: “We moeten als samenleving op de meest krachtige manier optreden tegen haatmisdrijven. Door de misdrijven in detail te registreren, weten we hoe groot de problematiek is en waar de concrete problemen schuilen. Zo kunnen de juiste maatregelen nemen om haat te bestrijden. Zowel bij politie, justitie, het parket als bij gelijkekansencentra is er een grote wil om de registratie te verbeteren. Met deze eerste workshop willen we de basis leggen voor toekomstige oplossingen.”

De registratie van haatmisdrijven, hate speech en discriminatie is in ons land voor verbetering vatbaar. Dat werd al meermaals aangestipt door nationale en internationale experten. Haatmisdrijven worden in ons land vaak geklasseerd onder de noemer van discriminatie, zonder een specifiek onderscheid te maken. Daarnaast worden de motieven van haatmisdrijven maar binnen een beperkt aantal categorieën onderverdeeld. Ook bestaan er verschillende registratiemethodes die niet compatibel zijn met elkaar.

Ministers Nathalie Muylle, Koen Geens en Pieter De Crem slaan de handen in elkaar om de registratie van haatmisdrijven te verbeteren. Vandaag en morgen vindt een eerste workshop plaats met experten van politie, justitie, parket en van gelijkekansencentra. De workshop wordt geleid door internationale experten van het European Union Agency for Fundamental Rights (FRA) en het OSCE Office for Democratic Institutions and Human Rights (ODIHR). De bedoeling is om in eerste instantie een grondig beeld te krijgen van de knelpunten die bestaan in het huidige registratieproces en van de stappen die genomen moeten worden om het proces te verbeteren. Op basis daarvan moeten in tweede instantie concrete voorstellen worden uitgewerkt om de registratie van haatmisdrijven te verbeteren.

Een goede registratie van haatmisdrijven heeft heel wat voordelen. Het laat toe om te zien hoe groot de problematiek is en waar de concrete problemen schuilen. Op basis van betrouwbare cijfers, kan een aangepast beleid worden uitgewerkt. Bovendien helpt het bestaan van verfijnde systemen om vertrouwen te creëren bij slachtoffers en getuigen, waardoor zij de feiten sneller gaan melden bij politie en gerecht.

 

De belangrijkste tekortkomingen die al werden vastgesteld in de registratie van haatmisdrijven zijn:

(1)    Er zijn geen specifieke cijfers beschikbaar omtrent haatmisdrijven, hate speech en andere discriminatiegevallen.

In de databases van politie en parket worden de cijfers niet gedifferentieerd. Er wordt enkel gemeld dat het een geval van “discriminatie” betreft. Dit kan dus ook een haatmisdrijf of een geval van hate speech zijn.

(2)    Het Centraal Strafregister maakt gebruik van een andere registratiemethode.

In het Centraal Strafregister worden de uitspraken van Hoven en Rechtbanken geregistreerd. Deze database volgt echter een volledig ander systeem dan de systemen van politie en parket, en werkt op basis van de structuur van de wet. Hierdoor hebben we enkel de cijfers van de gerechtelijke uitspraken waarbij het type van het misdrijf specifiek een discriminatoir karakter inhoudt

(3)    De registratiesystemen van politie, parket en het Centraal Strafregister zijn niet op elkaar afgestemd.

De zaken kunnen hierdoor niet gevolgd worden doorheen het volledige proces.

(4)    Politiediensten registreren haatmisdrijven niet altijd als een incident met een haatmotief (met de zogenaamde code 56)

Bij de registratie van een misdrijf is geen verplicht invulveld voorzien voor de aanduiding dat een misdrijf een haatmotief heeft. Hierdoor is het mogelijk dat een incident niet als zodanig wordt geregistreerd. Het heeft nochtans veel voordelen om vanaf de registratie door de politiediensten het motief te registreren, zo kunnen het slachtoffer en de getuige degelijk worden ondervraagd, kan de zaak verder op deze wijze opgevolgd worden door het parket etc.

(5)    Er bestaat momenteel geen definitie van wat een haatmisdrijf is in de Belgische wetgeving, noch in pseudo-wetgeving (zoals bijvoorbeeld in de omzendbrief COL 13/2013).

(6)    De data zouden verder gedifferentieerd moeten worden.

Op dit ogenblik wordt bij politie en parket enkel onderscheid gemaakt tussen racisme/xenofobie, homofobie, geslachtsdiscriminatie of handicap. Verschillende internationale monitoringsorganen en het maatschappelijk middenveld vragen dat deze categorieën  nog verder gedifferentieerd worden met o.a. antisemitisme, islamofobie, andere religies, Roma/Sinti, genderidentiteit en genderexpressie, afrofobie.

(7)    Er kan niet nagegaan worden in de cijfers welke minderheidsgroepen vaker slachtoffer zijn van bepaalde types van misdrijven.

Uit internationale voorbeelden blijkt bijvoorbeeld dat er veel gevallen zijn van antisemitisch vandalisme, terwijl er Roma-personen vaker het slachtoffer worden van gewelddaden. Indien deze statistieken beschikbaar zouden zijn, kan er een veel gerichter beleid worden gevoerd.

    Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.