De kamer keurde vandaag het wetsvoorstel van Nathalie Muylle goed dat het overbruggingsrecht voor zelfstandigen uitbreidt. Zelfstandigen die als gevolg van de coronacrisis sluiten, krijgen via soepele voorwaarden het volledige maandelijkse overbruggingsrecht van maximum 1.614,10 euro.

Minister van werk Nathalie Muylle: “De impact van de coronacrisis is bijzonder groot. Veel zelfstandigen moeten hun zaken sluiten als gevolg van het noodplan coronavirus of sluiten uit eigen beweging omdat de klanten wegblijven. We zorgen ervoor dat zelfstandigen die hun zaak geheel of gedeeltelijk moeten sluiten, een overbruggingsrecht ontvangen voor de volledige kalendermaand. Wie zijn zaak vrijwillig sluit, kan een beroep doen op het overbruggingsrecht voor de volledige kalendermaand, als de sluiting minstens zeven opeenvolgende dagen duurt.  Op die manier zorgen we dat zelfstandigen over een inkomen blijven beschikken en helpen we hen om doorheen deze moeilijke periode te geraken. ”

 

Wanneer zelfstandigen hun activiteit als gevolg van het noodplan coronavirus of om economische of gezondheidsredenen moeten onderbreken, kunnen zij beroep doen op het overbruggingsrecht. Voor een maand onderbreking krijgen ze 1.291,69 euro zonder kinderlast en 1.614,10 euro met kinderlast.

Zelfstandigen hebben voor de maanden maart en april recht op een volledige maand onderbrekingsrecht als ze zich in een van volgende categorieën bevinden:

  • Een gehele of gedeeltelijke sluiting als gevolg van het noodplan coronavirus. Een gedeeltelijke sluiting is bijvoorbeeld een restaurant dat wel nog afhaalmaaltijden verdeelt.

Een voorbeeld van een volledige sluiting: een zelfstandige uitbater van een kledingwinkel sluit zijn zaak vanaf 18 maart als gevolg van het noodplan coronavirus. Voor de maand maart heeft hij recht op het volledige bedrag van 1.291,69 zonder kinderlast of 1.614,10 euro met kinderlast.

  • Een volledige sluiting uit eigen beweging voor minstens 7 opeenvolgende dagen. Bijvoorbeeld: een kapper die – wettelijk gezien – niet dient te sluiten, maar dit toch doet omdat de klanten wegblijven, kan na 7 dagen sluiting ook aanspraak maken op het maandbedrag.

Het onderbrekingsrecht is van toepassing op zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten. Enkel wie geen vervanginkomen heeft, kan aanspraak maken op dat overbruggingsrecht.

 

Na de coronacrisis: overbruggingsrecht ook voor periodes korter dan een maand

Bovenstaande situatie is van toepassing op de periode van de coronacrisis en minstens voor de maanden maart en april. Nadien treden de normale regels weer in werking, met dat verschil dat het mogelijk wordt om  van het overbruggingsrecht gebruik te maken voor kortere periodes dan een maand. Voorheen was een maand de minimumperiode. Het bedrag zal in de toekomst worden toegekend in functie van de duur van de sluiting:

  • 100 procent van het maandelijks bedrag, wanneer de onderbreking van de beroepsactiviteit gedurende deze kalendermaand minstens 28 opeenvolgende kalenderdagen duurt;
  • 75 procent van het maandelijks bedrag, wanneer de onderbreking van de beroepsactiviteit gedurende deze kalendermaand minstens 21 opeenvolgende kalenderdagen duurt;
  • 50 procent van het maandelijks bedrag, wanneer de onderbreking van de beroepsactiviteit gedurende deze kalendermaand minstens 14 opeenvolgende kalenderdagen duurt;
  • 25 procent van het bedrag, wanneer de onderbreking van de beroepsactiviteit gedurende deze kalendermaand minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen duurt.
  • In geval van een onderbreking van de beroepsactiviteit gedurende deze kalendermaand die minder dan 7 opeenvolgende kalenderdagen duurt, heeft betrokken zelfstandige geen recht op een financiële uitkering.

Communiqué de presse FR 

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.