Rechtszekerheid voor onze telers en respect voor gemaakte afspraken
Dankzij een amendement van cd&v op de programmawet wordt de seizoensregeling voor de groente- en fruitteelt opnieuw bekrachtigd. Daarmee wordt het belastingvoordeel in de vorm van een vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing hersteld, nadat het Grondwettelijk Hof de eerdere regeling had vernietigd wegens een niet-aangemelde staatssteun. Voor de sector is dit een belangrijke doorbraak. Door de vernietiging moesten landbouwers miljoenen euro’s aan fiscale voordelen terugbetalen, wat voor onnodige stress zorgde voor vele families. Alleen al voor 2024 ging het om zo’n 21 miljoen euro voor de hele sector.
Met het nieuwe amendement, aangestuurd door cd&v, wordt de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing (vandaag goed voor 1,30 euro per gepresteerd uur, na indexatie) opnieuw ingevoerd vanaf 1 januari 2026. Belangrijk is dat het toepassingsgebied wordt uitgebreid naar erkende uitzendbureaus die gelegenheidsarbeiders inzetten in de groente- en fruitteelt. Daarmee wordt het selectieve karakter van de eerdere maatregel weggewerkt en wordt tegemoetgekomen aan de bezwaren die tot de vernietiging hebben geleid. “Dit is essentieel voor de rechtszekerheid van onze telers”, zegt federaal parlementslid Steven Matheï (cd&v). De vorige regeling werd vernietigd omdat ze niet correct was aangemeld als staatssteun. “Nu herstellen we het voordeel op een juridisch sluitende manier én zorgen we ervoor dat ook uitzendbureaus mee onder het regime vallen. Zo vermijden we oneerlijke concurrentie en geven we de sector de ademruimte die ze nodig heeft.”
Volgens cijfers gaat het om ongeveer 4.000 seizoenarbeiders die via een uitzendkantoor werken, op een totaal van 54.000. De uitbreiding heeft volgens de regering geen bijkomende budgettaire impact, mede omdat de eerdere kostprijs lager uitviel dan oorspronkelijk geraamd. Bovendien wordt de maatregel, net als andere vrijstellingen, onderworpen aan een correctiefactor zodat de budgettaire kost tussen 2027 en 2029 niet stijgt. Ook de termijnen van de seizoensarbeid worden opnieuw verankerd, met een retroactieve werking sinds 1 januari 2024: zo gaat het om 100 dagen in de tuinbouw, 50 dagen in de landbouw en 100 halve dagen in de dierlijke sector. “Onze groente- en fruittelers werken met seizoenspieken. Zonder voldoende dagen en zonder fiscale ondersteuning komt hun hele planning onder druk te staan,” zegt federaal parlementslid en experte Arbeidsmarkt Nathalie Muylle. “Wie voedselproductie in eigen land ernstig neemt, moet ook zorgen voor een werkbaar kader voor de mensen die het werk effectief doen.”
Beide parlementsleden zijn opgelucht dat er een oplossing is gevonden na het arrest van het Grondwettelijk Hof. “Landbouwers werden geconfronteerd met hoge bedragen die ze plots moesten terugbetalen, terwijl de regelgeving net bedoeld was om hen tegemoet te komen. Voor veel familiale bedrijven gaf dat onnodige stress”, aldus Muylle (cd&v). Kamerlid Matheï vult aan: “Het is belangrijk dat de regering gemaakte afspraken respecteert en onze land- en tuinbouwers niet in de kou laat staan. Dat vertrouwen is essentieel voor de toekomst van onze voedselproductie.”