6 sectoren vroegen een opt-out uit de flexi-jobregeling, zo blijkt uit een vraag van Nathalie Muylle
Op 1 juli 2026 breidde de federale regering de mogelijkheid om te flexi-jobben uit naar alle sectoren. Binnen hun paritair comité kunnen sociale partners echter tot een akkoord komen om een opt-out uit die regeling aan te vragen. Ondertussen deden reeds 6 sectoren dat, zo blijkt uit een vraag van cd&v-Kamerlid Nathalie Muylle aan de minister van Werk in de commissie Werk, Sociale Zaken en Pensioenen.
Concreet gaat het over de volgende zes sectoren: PC 320 van de begrafenisondernemingen, PC 323 voor het beheer van gebouwen, de vastgoedmakelaars en de dienstboden, PC 144 voor de landbouw, PC 145 voor de tuinbouw (geen opt-out in de subsector aanleg en onderhoud van parken en tuinen), PC 143 voor de zeevisserij en PC 121 van de schoonmaak. Die laatste sector vroeg een gedeeltelijke opt-out, zodat enkel gepensioneerden een flexi-job zouden kunnen doen. De federale regering neemt hierover deze week een beslissing.
Opvallend: voor loonwerkers, die opgenomen zijn in PC 132 voor de technische land- en tuinbouwwerken, was er tot juli 2026 een opt-out, maar die werd niet herbevestigd. In deze sector kan dus wel gebruik worden gemaakt van flexi-jobs.
Nathalie Muylle: “We maakten het mogelijk om in alle sectoren te flexi-jobben, zo is er geen oneerlijk verschil meer tussen sectoren. Maar als sociale partners zelf beslissen om geen flexi-jobs in hun sector toe te laten, moeten we dat respecteren. Zij kunnen hier altijd op terugkomen.”
Hoevewinkels
Er kwam ook meer duidelijkheid over het flexi-jobben in hoevewinkels. Dit wordt bepaald door de hoofdactiviteit van de juridische entiteit. Als de hoevewinkel een aparte juridische entiteit is met de kleinhandel als hoofdactiviteit, behoort die tot PC 201 en kan er gebruik worden gemaakt van flexi-jobs. Een hoeve die zelf ijs maakt en dit als secundaire activiteit verkoopt in een winkel, valt onder PC 118. Ook daar is geen opt-out en zijn flexi-jobs dus toegestaan.